top of page

Broertje of zusje? (deel 2/3)

  • jlien963
  • Sep 13, 2025
  • 8 min read

Dit is het tweede deel van ons verhaal.


We moesten een beslissing maken tussen de pest of de cholera. We hebben er lang over nagedacht, en veel gesprekken gehad met professoren, familie en vrienden en we deden de research. We wilden voorbereid zijn. En daarnaast wilden we ook geen kostbare tijd verloren laten gaan. Dus had ik vroegtijdig m’n spiraaltje laten verwijderen. Ik heb een zeer onregelmatige cyclus en als ik de natuur laat gaan, heb ik slechts om de 7 weken mijn maandstonden. Dus het ging sowieso even duren voor een spontane zwangerschap. De afspraken bij de professoren, gyneacologen, etc. waren gepland in september voor de uitleg ivm het IVF traject, en begin augustus was het spiraaltje reeds weg. Na de gesprekken kregen we even bedenktijd om een keuze te maken. Indien we voor de IVF wilden gaan moesten we door het ondertekenen van een of ander document alles in gang steken. De opstart van de eerste test zou dan starten. Er werd ons afgeraden om dan nog verder te proberen spontaan zwanger te worden. Het zou ook wel zonde zijn voor de tijd die in de test gestoken wordt om uiteindelijk er niet mee verder te gaan omdat ik toch al zwanger zou zijn.  Kenneth en ik daarentegen, hadden er toch een ander idee op over. Accidenten kunnen namelijk altijd gebeuren, toch? Ons idee was om toch nog even door te gaan zonder bescherming tot de test afgerond was. Eenmaal we zouden beginnen met hormonen, zouden we effectief het plan van de IVF volgen en voorzichtig zijn. En ergens kon de natuur dan beslissen welke weg we zouden ingaan. Die van IVF, of die van de spontane zwangerschap.

Dichte vriendinnen die me wel goed kennen, raadden me aan om niet spontaan zwanger te worden. Ze waren bang dat ik die zware keuze zou moeten maken, en wisten dat ik daar waarschijnlijk niet sterk genoeg voor zou zijn. Ikzelf wilde dit niet inzien. Ik wilde alleen maar zo snel mogelijk een tweede kind. Dus op twee paarden tegelijk wedden, was toch het plan.


Op maandag 17 oktober hadden we terug een afspraak bij fertiliteit in UZ Gent. Daar gingen we de procedure opstarten voor IVF. Om 11u hadden we een afspraak en we waren zenuwachtig aan het wachten in de wachtzaal tot ze ons kwamen halen. Opeens ging mijn telefoon af. Het was mijn moeder. Mijn dooppeter, peter Willy, zijn gezondheidstoestand was de laatste tijd sterk achteruit gegaan en nu kritiek geworden over het weekend. Hij was in een onomkeerbare coma. Z’n overlijden zou over enkele uren zijn. Men maag draaide, wij wilden voor nieuw leven gaan, terwijl we iemand dierbaar tegelijk moeten afgeven. Het voelde dubbel aan. Enkele minuten na het telefoongesprek mochten we naar de prof om de nogmaals over de procedure van IVF te gaan en werd de procedure opgestart. Later die avond is peter Willy overleden. Een begin en een einde tegelijk. Het klinkt misschien zweverig of melig, maar ik hoopte dat peter Willy, die nu vrij was van zijn strijd tegen het leven, zijn energie kon geven aan ons voor het schenken van nieuw leven. En geloof dat hij dit ook gedaan heeft. Want twee weken later werd ik voor de tweede keer in men leven verrast met een positieve zwangerschapstest.

Dankjewel peter Willy.


Hoe Kenneth het te weten kwam
Hoe Kenneth het te weten kwam


Ik was me wel bewust van het verdere verloop en de keuze die we eventueel zouden moeten maken. Kenneth en ik waren ook resoluut in ons besluit. Indien de vlokkentest slecht zou zijn, zouden we de zwangerschap afbreken. Maar ik de periode die volgde was vol angst en stress. Er is hierbij geen moment geweest dat ik er gerust in was. Het is een heel dubbel gevoel. Je wil het wel heel graag, maar je durft het niet toelaten. Je blokt de zwangerschap af, en probeert er zo weinig mogelijk bij stil te staan. Je durft ook geen toekomstplannen te maken of uit te kijken naar de komst. Je wil je niet hechten. Dat zou de keuze makkelijker maken indien de vlokkentest negatief zou uitdraaien. Maar je moet je wel gedragen als een zwangere. Je drinkt geen alcohol, eet geen rauwe groenten, eieren, vis of rood vlees. Sushi, wat ik zo graag eet, dat gaf ik even op. En de misselijkheid drukt je met de neus op het feit dat je zwanger bent. Misselijkheid had ik nooit ervaren bij de zwangerschap van Félien maar nu dus wel. Dus echt afblokken kan je niet. Er niet aan denken tot er zekerheid is, lukt niet.


Het nieuws brengen aan vrienden en familie zou normaal met groot enthousiasme gebeuren. Met felicitaties en kussen en knuffels. Ik wilde geen kussen of knuffels krijgen. Ik wilde geen felicitaties. Voor het zelfde geld was er niets om te vieren. Ik wilde mezelf beschermen voor het diepe dal dat om de hoek loerde. We konden het ook stilhouden tot er zekerheid was. Zodat de felicitaties hartelijk ontvangen kon worden. Maar ik dacht er eerder aan dat wanneer het slecht zou uitdraaien, ik net mijn vrienden en familie zou nodig hebben. En begrip zou willen van collega’s. En hoe dubbel is het niet voor onze omgeving om te horen dat ik zwanger was maar het niet meer ben. Hoe kunnen ze ons opvangen als ze niet op de hoogte zijn van het proces. En zelf nog de dubbele boodschap moeten brengen wanneer je eigenlijk even niets wil zeggen. Daar had ik geen zin in. Dus we kozen er voor om het wel al aan de mensen die dichter bij ons stonden te vertellen.


De weken gingen voorbij en het moment van de waarheid kwam daarmee dichterbij. En hoe dichter het kwam, hoe emotioneler en mentaal het steeds zwaarder werd. Ik wilde blij zijn, maar maakte me alleen maar zorgen over het ‘wat als…’ Eén op vier. De kans is groter dat het goed was, maar daar durf je niet al je geld op te zetten. Tenslotte is er ook statistisch gezien slechts 2% kans dat je als koppel eenzelfde genetische aandoening draagt om door te geven aan je kinderen. En daar zaten Kenneth en ik ook bij. The odds are not in our favor. En 25% is nu ook geen waterkansje. Surplus is er een kans dat de vlokkentest ook een miskraam zou uitlokken. Pffft, te veel om te lang bij stil te staan. Zoals het al zo vaak was geweest de laatste jaren, we staan er voor en we moeten er door.

De feestdagen kwamen er ook aan. Eerst had ik gehoopt dat dit misschien onze gedachten wat kon verzetten? Ja, tarara natuurlijk. De vlokkentest viel net tussen Kerst en Nieuwjaar. En de eerste 3 dagen krijg je platte rust voorgeschreven om de kans op een miskraam te minimaliseren. Ik kon er dus die periode niet om heen. Aan de feesttafel kon het ook niet anders of iemand hintte naar de toekomst met een nieuw familielid erbij. Telkens er iets werd gezegd zoals: ‘En als de baby er dan zal zijn…’ krimpte ik wat bijeen en werd ik zenuwachtig. Als hij er zal zijn… Laat ons hopen dat hij er zal zijn…


Op vrijdag 5 januari had ik terug een afspraak bij de gynaecoloog. Maar ook tegen dan was er nog steeds geen resultaat gekend. We gingen het weekend in zonder nieuws. Met ook nog een nieuwjaarsfeestje met de volledige familie van Kenneth’s zijde. Een familiefeestje waarbij we het nieuws nog niet wilden melden en we onze mond moesten houden. Het buikje was daarentegen wel al meer en meer zichtbaar. Gelukkig kwam er geen opmerking over een mogelijkse zwangerschap of de vraag of we nog denken over een tweede kind. Want liegen wilde ik ook niet doen.

‘s Avonds lagen we in ons bed. Ik kon moeilijk slapen. Ik was een buikslaper maar dat begon al lastiger te worden. Ik lag op men rug te piekeren. En opeens voelde ik iets. Ik herkende het gevoel van bij de zwangerschap van Félien. Het waren de eerste broebeltjes die het leven in men buik bevestigden. Ik legde men hand op men buik, en voelde een lichte tik ertegen. Ja, hoor! Het eerste schopje! Men hart sloeg sneller van enthousiasme. En snel veranderde dit naar verdriet. Nee, ik wilde dit niet voelen! Dit maakt het alleen maar moeilijker om geen band te krijgen met de baby. Al voelde het zo leuk aan.


De feestdagen waren uiteindelijk gepasseerd. Ik ging terug gaan werken, angstig aan het wachten op een telefoontje. Het zou een weekje duren maar door de feestdagen liep het vertraging op. De zenuwen stonden gespannen en het minste ongemak zorgde ervoor dat ik kon overreageren. De job die ik toen deed als coördinator was ook geen evidentie. Het is een job waarbij je in principe constant brandjes moet blussen. Een huishoudhulp staat voor een gesloten deur, of vindt de weg niet. Een klant is vergeten te melden dat hij op vakantie is en de huishoudhulp niet moet komen. En wekelijks krijg je 3 a 4 telefoontjes van huishoudhulpen die ziek vallen en je de klanten moet melden dat ze geen hulp krijgen. Ik deed het op zich graag, hoor. Je kreeg ook dankbaarheid als je de problemen kon fixen. Maar op de momenten waarbij de spanning zo hoog is, was dit een toxische mix.

We hadden een meeting met het volledige team op het werk. Enkel de dichte collega’s die ik wekelijks zag wisten het, maar de meeste van die bende wist het nog niet. Tijdens de meeting kwamen ook enkele werkgerelateerde zaken aan bod, zaken die misliepen, en die bij mij te hard binnenkwamen en waarop ik te fel reageerde. Men collega’s begrepen niet goed van waar het kwam. Dat was ook een teken dat ik hen best op de hoogte bracht. Dus zo droog als ik kon zei ik:

‘Er is nog iets dat ik wil zeggen, want er is 75% kans dat ik eind juni voor een langere tijd zal weg zijn… Ik verwacht namelijk een kindje. Maar ik weet nog niet of het gezond zal zijn en ik verwacht echt elk moment een telefoontje met de uitslag van de vlokkentest. Er is ¼ kans dat het dezelfde aandoening heeft als Félien.’

Felicitaties maar vooral knuffels kwamen me tegemoet. Op dat moment had ik ook echt nood aan een knuffel. Ook begrepen ze onmiddellijk vanwaar men emotionele reactie kwam. Het was fijn om te zien hoe meelevend ze er waren. En ook al konden ze niets doen aan de situatie, het heeft me wel terug wat draagkracht gegeven, te weten dat ik van hen het nodige begrip kreeg.


De dag erna zat ik terug aan m’n bureau met mijn telefoon naast men scherm. Concentreren zat er niet echt in. Het zou nu toch echt vandaag of morgen moeten geweten zijn! We zijn bijna 2 weken verder. Rond 15u ging mijn telefoon. Het was een onbekend nummer uit Roeselare. Dit was DE telefoon. Men collega zag het gebeuren en keek me aan met gespannen blik. Ik nam op. Het was de gyneacoloog met de uitslag.


‘Dag Mevrouw Devolder. Ik bel even in verband met het resultaat van de vlokkentest. Het is goed hoor. De baby is gezond. Hij is wel drager van het gen, maar hij zal de aandoening zelf niet hebben.’


De grootste zucht van opluchting die ik ooit in men leven heb gemaakt, volgde. De ontlading was enorm. Men benen trilden en men stem was onstabiel. Men collega sprong ook recht en liep direct naar me toe om met vast te nemen.


‘Dankjewel, dokter! Amai, wat een rollercoaster. Ik ben er even niet goed van. En euh, weet je toevallig het geslacht?’

‘Het is een broertje.’

‘Zalig! Dankjewel!’


Op 30 juni werd Wout geboren. Wout William Scharmin. Genaamd naar de beschermengel die ons geholpen heeft. Peter Willy


Peter Willy
Peter Willy

 
 
 

Comments


bottom of page